Pagina:Pallieter.pdf/90

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

87

grooter dan anders. Hij tikte op haar handen, en wees haar de vier torens die men van hier zien liggen kon: Duffel, Mijlstraat, Huut en Mechelen.

Nu lag de Reinaert ver vandaan, heel ver achter de boomen, aan den achtersten Nethedraai.

Van hier gezien was 't Netheland weeldrig en uitverkoren als een borst der aarde.

De korenvelden, en bruine en groenbeplante grond, met hoeven en hooge boomen er op, zakten verdeeld in ongelijke vierkanten naar de lage beemden, die zonken in de Nethe, en aan den overkant rees de grond er even vruchtbaar uit, maar was onzichtbaar door het hevige licht der zon.

Het licht hing in het dal gelijk een dichte wind, en Pallieter en Marieke konden slechts met één oog toe en één oog open de uitgestrektheid zien.

En met zijn platte hand het dal aanwijzend zei Pallieter:

'Dat is man beste kamer! Ma salon! De loecht is ma plafon, de zon man horloge, het gers is man tapijt, de regen man gordijnen, mor... man bed is zonder vrijw!'

Marieke werd rood, glimlachte, zag eens zonder dat ze 't wilde, Pallieter rats in zijn oogen, en zag dan naar omlaag.

Pallieter had het gezien, het zei hem meer dan genoeg, en het was alsof men hem een poort opendeed vol zoete riekende appelen Zoo was er dan een stilte rondom hen, terwijl in ieders hart het grootste ding gebeurde.

Maar ineens kwam er van uit de kleere lucht