Pagina:Pallieter.pdf/93

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

90

als van honderd hevige fonteinen; het water kwam er van naar omhoog, klotste witte baren open, en smakte en sloeg tot op den dijk.

Het water kwam tot aan hun borst en sloeg op hunne schouders.

Snuivend zwom Beiaard in het waterrumoer over, en hief zich met veel moeite, druipend lijk een regenwolk, op den dijk.

Ginder lag het vliegtuig, rondom met menschen bezet, men kost over de koppen loopen, en gedrieën een macht van waterkletsen verspreidend, kwamen zij er vóór.

Het volk stoof verbaasd uiteen, en daar stond het vliegtuig wit en licht, als om met een hand maar op te heffen.

Ze waren twee vliegers, beiden in lederen frak en een wollen pots over de ooren.

Terwijl de eene in den zitbak olie goot, vijsde de andere aan de geweldige peereleeren schroef.

Pallieter vroeg:

'Hoeveul vraagde oem het Scheld te late zien!'

De beide mannen lachten om deze vraag, en weigerden beslist. Maar Pallieter blééf aandringen, verhoogde telkens den prijs, tot zij eindelijk toegaven.

Hij wreef in zijn handen en zei: 'Nij gaan we is samen in het rijk der zon.'

'Er is maar voor twee man plaats,' merkte de stuurman op.

Het was lijk een steen op Pallieter zijn hert.

'Da's spijtig, hé kind,' zei hij, 'mor 'k neem oe dan mee in mijn ziel.'