Pagina:Print Pieter Breughel, zoo heb ik u uit uwe werken geroken.pdf/104

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


leelijkheid, de werkelijkheid, de armen en de kreupelen die zoo schoon zijn om zien! En al was er een deel van zijn hart dat hun gelijk gaf, - hij wist niet waarom, - hij kon voor die nieuwe kunst niet rillen, er niet in gelooven, er niet voor ontbranden, er niet voor snikken, lijk hij dit kon voor Bosch, Metsijs, Geertgen tot St. Jans, Bles en anderen. „'t Is niet van ons," zei hij. Hij deed niet gaarne aan die gesprekken mee, als hij ze bezig hoorde; 't hing zijn keel uit; en hij hield zich dan maar stil en eenzaam, las en werkte – met, buiten Marieke, als eenige vrienden: Jan Nagel, Jefke Slagkop en den huisknecht Dirk met zijn rood schippersgezicht 'nen man die geweldig Pieters fantazie kan aan vuren, als hij vertelde over de oorlogen die hij meegemaakt had to zee en te land, en die het zoo'n zonde vond, dat Pieter zoo in de luie uren 's Zondags niet altijd mee voor bier met de kaarten wou spelen en liever ventjes aan 't krabbelen was...


2


Hij teekende nu op een papier allerlei maskers van zichzelf, van Meester en Mevrouw Coecke, van de meiden, den huisknecht en de leerlingen. En ze stonden er allemaal, in heldere verven kennelijk op met hun gebreken, die ze altijd verborgen, goed naar buiten uitgeteekend. Marieke kraaide telkens als ze de personen in die vervormde snuiten herkende. „Van mij en van Jan Nagel ook een mombakkes maken!" riep ze. „Neen, suikerpeerke, dat kan ik niet, want noch gij noch Jan Nagel dragen een masker. - Alleen heeft Jan Nagel 'nen valschen neus, want ik ben zeker, dat hij Jefke gelooft gelukkig ik niet meer." Maar zoo iets verstond Marieke niet. „Kom, van mijn knieën en zie nu maar wat in de beeldekes. Als vaderke weet, dat ik weer aan 't spelen ben, dan dondert hij. Nu de bladeren vallen, ga ik er wat bijschilderen..." De Septemberzon scheen over den binnentuin waar een Neptunusfonteintje en klimrozen rond de pieterstaal van Romeinsche en Grieksche beelden blonken. Terwijl Marieke naar de printjes zag, schilderde hij aan een begonnen paneel. Net stelde voor: Acteon, den Griekschen jager, die in een boschvijverke de schoone Diana ziet baden, haar wil verrassen en daarvoor in een hert met groot gewei