Pagina:Print Pieter Breughel, zoo heb ik u uit uwe werken geroken.pdf/53

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


„Waar woont Ge?" vroeg ze. „Nergens," zei Pieter. „En naar waar gaat ge?" Hij was fier om die belangstelling. „Dat weet ik nog niet, en gij?" Ze wees met heur magere hand. ,Naar ginder, heel ver achter de bosschen, naar De Rattekoten, als ge die kent, bij ,Kraskbeen. Maar hij is mijn vader niet. Ik ben 'ne vondeling en z' hebben mij Veronica genoemd. Hij is zijn twee beenen afgereden, toen hij zat van 'nen bierwagen viel; maar als hij bedelt, zegt hij, dat het door 'nen draak in Egypte is gebeurd, en dan laat hij een ezelskaakbeen zien, een kaakbeen van 'nen draak met zeven koppen, zegt hij dan." „Zijt gij "ne vondeling?" vroeg Pieter. „Het moet plezant zijn, in twijfel te leven of ge geen prinsenkind zijt." „Dien twijfel is er niet," lachte ze triestig. „Gerold in lompen hebben ze mij in de sneeuw aan de kerk gevonden." „'t Zou u anders niet misstaan dat ge prinsessenkleeren droegt," zei Pieter, haar met groote oogen bewonderend. Die blik pakte haar en rap en verward vroeg ze: „En van waar komt gij?" Pieter meende to zeggen: „Van de Dikken." Hij was gereed om zijn vertelsel to gaan vertellen, maar ineens werd hij achterdochtig, en er tevens hevig op uit, dat zij veel belang in hem zou stellen, en hij zei: ,Ik kom van over de zee... uit de stad die op den berg zit." Ze bezag hem ondervragend. Dit verlangde hij juist. „Daar is 't altijd goed weer; daar groeien de kersen vuisten dik, voor zeven centen hebt g'er 'nen korf honing. Daar zijn altijd vlaggen en processies...." „Ja ?" Ze kwam, gelukkig, spits luisterend, voor hem op heur knieen zitten: „En spreken ze daar gelijk wij?" „Wij leeren er alle talen, maar de taal van ginder is heel anders."- Hij dacht aan zijn missedienerslatijn. - „Matinos tempo melioris, wil zeggen: 't zal morgen beter weer zijn. En als ze daar iemand gaarne zien dan zeggen ze Amos tua." 't Was er per abuis uitgeslibberd. Zij kreeg er een schokske van en vroeg haastig: „En waarom zijt ge'er weggegaan?" Met de handen gegespt aan de over elkaar geslagen knieen, vertelde hij warm. Zij luisterde met de tanden bloot en de gele oogen vol vereering. „Wel, ik was met een gouden galjoen op reis naar hier, om