Pagina:Print Pieter Breughel, zoo heb ik u uit uwe werken geroken.pdf/74

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


zag naar de lucht, die groen wierd van den nakenden schemer. „Veronica, wacht nog een beetje, wacht nog een beetje," zei hij smeekend, en hij met rappe stappen het woelig stedeken uit.

7


Hij stapte over de harde wegen nevens de schemerende velden, waar nog wat bevroren sneeuw op overschoot. „Ik moet zoo haastig niet gaan, z'is immers toch niet dood," lachte hij, „ik heb spijt, dat ik geen honingpotteken heb gekocht voor haar." En hij begon te loopen, door angst opgejaagd, lijk een hert door den jagershoren. 't Was heelemaal donker, toen hij 't dorp, aan wat lichtjes, gewaar werd. De hemel was to gevuld met sterren, zoodat er nu en dan eenige handvollen afvielen. Voor elke ster die viel mocht hij iets wenschen. En hij wenschte duizend keeren ineens en nog: „Laat ze mij nog eens zien!" Hij liep als iemand die zijn schaduw pakken wil. En toen de k1opper op de poort viel, voelde hij al zijn aderen van dit geluid doorgoten worden. De zuster-portieres kwam door het getralied spioengaatje zien met een brandende lantaren. En kalm als iemand, die de gewoonte heeft met zieken om to gaan, vroeg hij: „Zuster, in 't voorbijgaan kom ik eens naar Veronica hooren. Heeft ze den dag goed doorgebracht?.... Zult ge haar eens zeggen, dat ik overmorgen een potteke lindehoning...." Maar hij kon niet verder en zag angstig naar den mond van de blozende zuster. „Kom binnen, manneke," hoorde hij. De deur ging open, en hij voelde zich bij de hand nemen, hoorde de zuster van alles zeggen, wat wist hij niet; maar hij zag duidelijk 'ne witte gang met rond gewelf, en verspringende schaduwen, zag een deur opengaan, en kwam in een, klein verduft kamerke, waar op een berrie drie dingen lagen elk onder een laken. En 't nonneke wees naar het middelste laken. En lijk bij zijn moeder, merkte hij ook drie hoogtens: het hoofd, de gevouwen handen en de opgestoken teenen. De zuster knielde en bad, en hij knielde ook, bad niet, maar zag verbaasd naar dit witte laken. De zuster stond recht, wenkte hem en hief het laken op. Daar lag Veronica, in heur grof doodshemd, 'nen pater-