Naar inhoud springen

Pagina:Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering.pdf/10

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
1176 1 (1993-1994)
(10)

3. «klimaatsysteem»: de atmosfeer, de hydrosfeer, de biosfeer en de geosfeer te zamen, alsmede de onderlinge wisselwerkingen daarvan.

4. «emissies»: het vrijkomen van broeikasgassen en/of voorlopers daarvan in de atmosfeer in een bepaald gebied en gedurende een bepaalde tijd.

5. «broeikasgassen»: gasvormige bestanddelen van de atmosfeer, zowel natuurlijk als antropogeen, die infrarode straling absorberen en weer uitstralen.

6. «regionale organisatie voor economische integratie»: een door soevereine Staten in een bepaalde regio opgerichte organisatie die bevoegdheden heeft ten aanzien van aangelegenheden die door dit Verdrag of de protocollen daarbij worden geregeld, en die gemachtigd is, in overeenstemming met haar interne procedures, de desbetreffende akten te ondertekenen, te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren of daartoe toe te treden.

7. «reservoir»: een onderdeel of onderdelen van het klimaatsysteem waarin een broeikasgas of een voorloper daarvan is opgeslagen.

8. «put»: een proces, activiteit of mechanisme waardoor een broeikasgas, een aerosol of een voorloper van een broeikasgas uit de atmosfeer wordt verwijderd.

9. «bron»: een proces of activiteit waarbij een broeikasgas, een aerosol of een voorloper van een broeikasgas vrijkomt in de atmosfeer.


Artikel 2


Doelstelling

Het uiteindelijke doel van dit Verdrag en alle daarmee verband houdende rechtskracht hebbende akten die de Conferentie van Partijen aanneemt, is het bewerkstelligen, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van het Verdrag, van een stabilisering van de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer op een niveau waarop gevaarlijke antropogene verstoring van het klimaatsysteem wordt voorkomen. Dit niveau dient te worden bereikt binnen een tijdsbestek dat toereikend is om ecosystemen in staat te stellen zich op natuurlijke wijze aan te passen aan klimaatverandering, te verzekeren dat de voedselproduktie niet in gevaar komt en de economische ontwikkeling op duurzame wijze te doen voortgaan.

Artikel 3


Beginselen

Bij de stappen ter verwezenlijking van de doelstelling van het Verdrag en ter uitvoering van de bepalingen daarvan, laten de Partijen zich, onder andere, leiden door het volgende:

1. De Partijen dienen het klimaatsysteem te beschermen ten behoeve van huidige en toekomstige generaties, op basis van billijkheid en in overeenstemming met hun gezamenlijke, doch verschillende, verantwoordelijkheden en onderscheiden mogelijkheden. Partijen die ontwikkelde landen zijn, dienen derhalve het voortouw te nemen bij de bestrijding van klimaatverandering en de nadelige gevolgen daarvan.

2. Er dient ten volle rekening te worden gehouden met de specifieke behoeften en bijzondere omstandigheden van Partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name die welke bijzonder kwetsbaar zijn voor de nadelige gevolgen van klimaatverandering, en