Naar inhoud springen

Pagina:Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering.pdf/13

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
01176 1 (1993-1994)
(13)

nium naar vroegere niveaus van antropogene emissies van kool, dioxide en andere broeikasgassen die niet worden beheerst krachtens het Protocol van Montreal, bijdraagt tot die ombuiging, en rekening houdend met de verschillen tussen hun uitgangpunten en benaderingen, economische structuren en rijkdommen, met de noodzaak sterke en duurzame economische groei te handhaven, met beschikbare technologieën en andere individuele omstandigheden, alsmede met de noodzaak dat billijke en passende bijdagen worden geleverd door elk van hen aan de op mondiale schaal ondernomen actie om dat doel te bereiken. Zij kunnen te zamen met andere Partijen uitvoering geven aan dit beleid en die maatregelen en kunnen andere Partijen helpen bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstelling van het Verdrag en in het bijzonder die van het in deze letter bepaalde;

b) teneinde vooruitgang in die richting te bevorderen, deelt elk van deze Partijen binnen zes maanden na de inwerkingtreding van het Verdrag ten aanzien van haar, en daarna periodiek, en in overeenstemming met artikel 12 gedetailleerde informatie mede over het beleid en de maatregelen bedoeld in letter a) hierboven, alsmede over haar daaruit voortvloeiende prognoses inzake antropogene emissies per bron en verwijderingen per punt van broeikasgassen die niet worden beheerst krachtens het Protocol van Montreal gedurende het in letter a) genoemde tijdvak, met het doel afzonderlijk of gezamenlijk terug te keren naar hun niveaus van 1990 van deze antropogene emissies van kooldioxide en andere broeikasgassen die niet worden beheerst krachtens het Protocol van Montreal. Deze informatie zal worden besproken door de Conferentie van de Partijen op haar eerste zitting en daarna periodiek, in overeenstemming met artikel 7;

c) bij berekeningen, voor de toepassing van letter b), van emissies per bron en verwijderingen per put van broeikasgassen dient rekening te worden gehouden met de best beschikbare wetenschappelijke kennis, onder meer betreffende de effectieve capaciteit van de putten en de mate waarin bedoelde gassen bijdragen tot klimaatverandering. De Conferentie van de Partijen bestudeert en komt tot overeenstemming over methoden voor deze berekeningen op haar eerste zitting en toetst deze daarna regelmatig;

d) de Conferentie van de Partijen toetst op haar eerste zitting de doelmatigheid van de letters a) en b). Deze toetsing vindt plaats in het licht van de best beschikbare wetenschappelijke informatie over en inschatting van klimaatverandering en de effecten daarvan, en aan de hand van ter zake dienende technische, sociale en economische gegevens. Op basis van deze toetsing neemt de Conferentie van de Partijen passende maatregelen, waaronder het aannemen van wijzigingen op de verplichtingen van de letters a) en b). De Conferentie van de Partijen neemt op haar eerste zitting ook besluiten over criteria voor gezamenlijke uitvoering als bedoeld in letter a). Een tweede toetsing van de letters a) en b) vindt uiterlijk op 31 december 1998 plaats, en daarna met regelmatige, door de Conferentie van de Partijen te bepalen, tussenpozen, totdat het doel van het Verdrag is bereikt;

e) elk van deze Partijen:

i) coördineert, indien van toepassing met de andere bedoelde Partijen, relevante economische en administratieve instrumenten die tot stand zijn gebracht om de doelstelling van het Verdrag te verwezenlijken; en
ii) inventariseert en toetst periodiek haar eigen beleidslijnen en praktijken die activiteiten stimuleren die leiden tot een verhoging van de niveaus van antropogene emissies van broeikasgassen die niet worden beheerst krachtens het Protocol van Montreal;

f) de Conferentie van de Partijen bespreekt uiterlijk op 31 december 1998 de beschikbare informatie teneinde, met goedkeuring van de betrokken Partij, de nodige wijzigingen aan te brengen in de lijsten in de Bijlagen I en II;

g) een niet in Bijlage I opgenomen Partij kan in haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op