| 1176-1 (1993-1994) | (14) |
enig tijdstip daarna, de depositaris ervan in kennis stellen dat zij voornemens is te worden gebonden door de letters a) en b). De depositaris deelt bedoelde kennisgeving mede aan de andere ondertekenaars en Partijen.
3. De Partijen die ontwikkelde landen zijn en de andere in Bijlage II opgenomen ontwikkelde Partijen stellen nieuwe en aanvullende financiële middelen ter beschikking ter dekking van de overeengekomen volledige door de Partijen die ontwikke lingslanden zijn te maken kosten ter nakoming van hun verplichtingen ingevolge artikel 12, eerste lid. Zij stellen tevens de financiële middelen ter beschikking, waaronder die ten behoeve van de overdracht van technologie, die de Partijen die ontwikkelingslanden zijn nodig hebben ter dekking van de volledige overeengekomen meerkosten van de uitvoering van de maatregelen die vallen onder het eerste lid van dit artikel en die zijn overeengekomen tussen een Partij die een ontwikkelingsland is en de in artikel 11 bedoelde instelling(en), zulks in overeenstemming met dat artikel. Bij de nakoming van deze verplichtingen dient rekening te worden gehouden met de noodzaak van adequaatheid en voorspelbaarheid van de geldstroom en het belang van passende lastenverdeling onder de Partijen die ontwikkelde landen zijn.
4. De Partijen die ontwikkelde landen zijn en de andere in Bijlage II opgenomen ontwikkelde Partijen verlenen de Partijen die ontwikkelingslanden zijn die bijzonder kwetsbaar zijn voor de nadelige gevolgen van klimaatverandering bijstand in de dekking van de kosten van aanpassing aan deze nadelige gevolgen.
5. De Partijen die ontwikkelde landen zijn en de andere in Bijlage II opgenomen ontwikkelde Partijen ondernemen alle mogelijke stappen ter bevordering, vergemakkelijking en financiering, indien van toepassing, van de overdracht van, of de toegang tot, milieuvriendelijke technologieën en know-how ten gunste van andere Partijen, met name Partijen die ontwikkelingslanden zijn, om hen in staat te stellen uitvoering te geven aan de bepalingen van het Verdrag. Hierbij steunen de Partijen die ontwikkelde landen zijn de verbetering en uitbreiding van de eigen capaciteiten en technologieën van de ontwikkelingslanden. Andere daartoe in staat zijnde Partijen en organisaties kunnen ook helpen om de overdracht van zulke technologieën te vergemakkelijken.
6. Bij de nakoming van de verplichtingen ingevolge het tweede lid wordt door de Conferentie van de Partijen een zekere mate van flexibiliteit toegestaan ten aanzien van de in Bijlage I opgenomen Partijen die een overgang naar een markteconomie doormaken, teneinde die Partijen beter in staat te stellen klimaatverandering tegen te gaan, mede gelet op het historische niveau van antropogene emissies van broeikasgassen die niet worden beheerst krachtens het Protocol van Montreal, dat als uitgangspunt dient.
7. De mate waarin Partijen die ontwikkelingslanden zijn hun verplichtingen ingevolge het Verdrag daadwerkelijk zullen nakomen, hangt af van de daadwerkelijke nakoming door de Partijen die ontwikkelde landen zijn van hun verplichtingen ingevolge het Verdrag wat betreft de financiële middelen en de overdracht van technologie, in het besef dat economische en sociale ontwikkeling en uitroeiing van armoede de eerste en allerhoogste prioriteiten zijn van de Partijen die ontwikkelingslanden zijn.
8. Bij de nakoming van de in dit artikel verwoorde verplichtingen overwegen de Partijen grondig welke maatregelen vereist zijn uit hoofde van het Verdrag, waaronder maatregelen verband houdende met de financiering, verzekering en overdracht van technologie, om te voorzien in de specifieke behoeften en belangen van Partijen die ontwikkelingslanden zijn, ten gevolge van de nadelige gevolgen van klimaatverandering en/of de effecten van de toepassing van bestrijdingsmaatregelen, met name voor:
a) Kleine eilandenstaten;