b) Landen met laaggelegen kustgebieden;
c) Landen met aride en semi-aride gebieden, bosgebieden en gebieden die vatbaar zijn voor aantasting van bossen;
d) Landen met gebieden die vatbaar zijn voor natuurrampen;
e) Landen met gebieden die vatbaar zijn voor droogte en woestijnvorming;
f) Landen met ernstige stedelijke luchtvervuiling;
g) Landen met gebieden met broze ecosystemen, waaronder berg-ecosystemen;
h) Landen waarvan de economieën in hoge mate afhankelijk zijn van inkomsten uit de winning, verwerking en uitvoer en/of het verbruik van fossiele brandstoffen en aanverwante energieverslindende produkten; en
i) Landen zonder zeekust en doorvoerlanden.
Voorts kan de Conferentie van de Partijen maatregelen nemen, indien van toepassing, met betrekking tot dit lid.
9. De Partijen houden ten volle rekening met de specifieke behoeften en bijzondere omstandigheden van de minst ontwikkelde landen bij hun maatregelen met betrekking tot de financiering en de overdracht van technologie.
10. De Partijen nemen in overeenstemming met artikel 10 bij de nakoming van de verplichtingen ingevolge het Verdrag de situatie van Partijen in aanmerking, met name van Partijen die ontwikkelingslanden zijn, met economieën die kwetsbaar zijn voor de nadelige gevolgen van de toepassing van maatregelen tegen klimaatverandering. Dit geldt met name voor Partijen met economieën die in hoge mate afhankelijk zijn van inkomsten uit de winning, verwerking en uitvoer en/of het verbruik van fossiele brandstoffen en aanverwante energieverslindende produkten en/ of het gebruik van fossiele brandstoffen ten aanzien waarvan die Partijen ernstige moeilijkheden hebben om op alternatieven over te schakelen.
Art. 5
Onderzoek en systematische waarneming
Bij de nakoming van hun verplichtingen ingevolge artikel 4, eerste lid, letter g), dienen de Partijen:
a) Internationale en intergouvernementele programma's en netwerken of organisaties gericht op het omschrijven, verrichten, beoordelen en financieren van onderzoek, gegevensvergaring en systematische waarneming, te steunen, en, indien van toepassing, verder te ontwikkelen, rekening houdend met de noodzaak dubbel werk tot een minimum te beperken;
b) Internationale en intergouvernementele inspanningen te steunen ter uitbreiding van systematische waarneming en capaciteiten en mogelijkheden voor nationaal wetenschappelijk en technisch onderzoek, met name in ontwikkelingslanden, en ter bevordering van de toegang tot en de uitwisseling van gegevens en analyses daarvan, verkregen uit gebieden buiten de nationale rechtsmacht; en
c) Rekening te houden met de bijzondere belangen en behoeften van ontwikkelingslanden en samen te werken bij de verbetering van de eigen capaciteiten en mogelijkheden van die landen om deel te nemen aan de in letter a) en b) bedoelde inspanningen.