Naar inhoud springen

Pagina:Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering.pdf/16

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
1176-1 (1993-1994) ( 16 )

Art. 6


Voorlichting, vorming en bewustmaking


Bij de nakoming van hun verplichtingen ingevolge artikel 4, eerste lid, letter i), dienen de Partijen:

a) Op nationaal en, indien van toepassing, op subregionaal en regionaal niveau en in overeenstemming met nationale wetten en voorschriften, en voor zover zulks binnen hun vermogen ligt, te bevorderen en te vergemakkelijken:

i) De ontwikkeling en uitvoering van voorlichtings- en bewustmakingsprogramma's inzake klimaatverandering en de gevolgen daarvan;
ii) De toegang van het publiek tot informatie inzake klimaatverandering en de gevolgen daarvan;
iii) De deelneming van het publiek aan het tegengaan van klimaatverandering en de gevolgen daarvan en aan de totstandbrenging van gepaste bestrijdingsmaatregelen; en
iv) De vorming van wetenschappelijk, technisch en leidinggevend personeel;

b) Op internationaal niveau en, indien van toepassing, met behulp van bestaande organisaties, samen te werken bij en te bevorderen:

i) De ontwikkeling en uitwisseling van voorlichtings- en bewustmakingsmateriaal betreffende klimaatverandering en de gevolgen daarvan; en
ii) De ontwikkeling en uitvoering van voorlichtings- en vormingsprogramma's, waaronder de versterking van nationale instellingen en de uitwisseling van of detachering van personeel voor de opleiding van deskundigen op dit gebied, met name voor ontwikkelingslanden.


Artikel 7


Conferentie van de Partijen

1. Hierbij wordt een Conferentie van de Partijen ingesteld.

2. De Conferentie van de Partijen, als hoogste orgaan van dit Verdrag toetst regelmatig de toepassing van het Verdrag en daarmee verband houdende rechtskracht hebbende akten die de Conferentie van de Partijen aanneemt en neemt, binnen haar mandaat, de besluiten die nodig zijn ter bevordering van de toepassing van het Verdrag. Daartoe:

a) bestudeert zij periodiek de verplichtingen van de Partijen en de institutionele regelingen krachtens het Verdrag, in het licht van de doelstelling van het Verdrag, de opgedane ervaring bij de toepassing daarvan en de evolutie van de wetenschappelijke en technologische kennis;

b) bevordert en vergemakkelijkt zij de uitwisseling van informatie betreffende door de Partijen genomen maatregelen om klimaatverandering en de gevolgen daarvan tegen te gaan, rekening houdend met de uiteenlopende omstandigheden, verantwoordelijkheden en mogelijkheden van de Partijen en hun onderscheiden verplichtingen ingevolge het Verdrag;

c) vergemakkelijkt zij op verzoek van twee of meer Partijen de coördinatie van door hen genomen maatregelen om klimaatverandering en de gevolgen daarvan tegen te gaan, rekening houdend met de uiteenlopende omstandigheden, verantwoordelijkheden en mogelijkheden van de Partijen en hun onderscheiden verplichtingen ingevolge het Verdrag;

d) bevordert en begeleidt zij, in overeenstemming met de doelstelling en de bepalingen van het Verdrag, de Cursief gedrukte tekstontwikkeling en