3. De Conferentie van de Partijen en de met de werking van het financiële mechanisme belaste instelling(en) komen regelingen overeen ter uitvoering van de bovenstaande leden, die dienen te omvatten:
a) voorschriften die moeten waarborgen dat de gefinancierde projecten ter zake van klimaatverandering in overeenstemming zijn met de door de Conferentie van de Partijen vastgestelde beleidslijnen, prioriteiten van het programma en toekenningscriteria;
b) voorschriften aan de hand waarvan een bepaald besluit inzake financiering kan worden heroverwogen in het licht van deze beleidslijnen, prioriteiten van het programma en toekenningscriteria;
c) het uitbrengen van regelmatige verslagen door de instelling(en) aan de Conferentie van de Partijen over haar financieringswerkzaamheden, zulks overeenkomstig de verschuldigde verantwoording als bedoeld in het eerste lid; en
d) de vaststelling, op een voorspelbare en traceerbare wijze, van het bedrag van de financiële middelen die benodigd en beschikbaar zijn voor de toepassing van dit Verdrag en de wijze waarop dit bedrag periodiek zal worden herzien.
4. De Conferentie van de Partijen treft op haar eerste zitting regelingen ter uitvoering van de bovenstaande bepalingen, daarbij de in artikel 21, derde lid, bedoelde voorlopige regelingen toetsend en in haar beschouwing betrekkend, en besluit of deze voorlopige regelingen worden gehandhaafd. Binnen vier jaar daarna beoordeelt de Conferentie van de Partijen het financiële mechanisme en neemt zij passende maatregelen.
5. Door de Partijen die ontwikkelde landen zijn en aan Partijen die ontwikkelingslanden zijn, kunnen ook met de toepassing van het Verdrag verband houdende middelen ter beschikking worden gesteld langs bilaterale, regionale en andere multilaterale kanalen.
Art. 12
Mededeling van informatie betreffende de uitvoering
1. In overeenstemming met artikel 4, eerste lid, deelt elke Partij via het secretariaat aan de Conferentie van de Partijen de volgende informatie mede:
a) een nationale inventarislijst van antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van alle broeikasgassen die niet worden beheerst krachtens het Protocol van Montreal, voor zover zulks in haar vermogen ligt, met gebruikmaking van vergelijkbare methoden, overeen te komen door de Conferentie van de Partijen, die de toepassing ervan bevordert;
b) een algemene beschrijving van door haar ondernomen of voorgenomen stappen ter toepassing van het Verdrag; en
c) alle andere informatie die zij relevant acht voor de verwezenlijking van de doelstelling van het Verdrag en geschikt acht voor opneming in haar mededeling, waaronder, indien mogelijk, materiaal dat relevant is voor de bepaling van tendensen op het gebied van emissies over de gehele wereld.
2. Elke Partij die een ontwikkeld land is en elke andere in Bijlage opgenomen Partij verwerkt in haar mededeling de volgende informatie:
a) een gedetailleerde beschrijving van de beleidslijnen en maatregelen die zij heeft aangenomen ter nakoming van haar verplichting ingevolge artikel 4, tweede lid, letters a) en b); en