Naar inhoud springen

Pagina:Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering.pdf/25

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
1176 1 (1993-1994)
( 25 )

organisaties of die Partij zijn bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof, alsmede door regionale organisaties voor economische integratie, te Rio de Janeiro gedurende de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Milieu en Ontwikkeling, en daarna op de zetel van de Verenigde Naties te New York van 20 juni 1992 tot en met 19 juni 1993.


Art. 21


Voorlopige regelingen

1. De in artikel 8 bedoelde secretariaatswerkzaamheden worden tijdelijk verricht, tot het einde van de eerste zitting van de Conferentie van de Partijen, door het secretariaat dat is ingesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bij resolutie 45/212 van 21 december 1990.

2. Het hoofd van het in het eerste lid bedoelde secretariaat zal nauw samenwerken met de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering, opdat de groep kan voorzien in de behoefte aan objectief wetenschappelijk en technisch advies. Andere daarvoor in aanmerking komende wetenschappelijke instellingen kunnen ook worden geraadpleegd.

3. De Global Environment Facility van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, het Milieuprogramma van de Verenigde Naties en de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling vormen de internationale instelling die tijdelijk belast is met de werking van het financiële mechanisme bedoeld in artikel 11. In dit verband dient de Global Environment Facility op passende wijze te worden geherstructureerd en dient de samenstelling van de leden universeel te worden, opdat kan worden voldaan aan de vereisten van artikel 11.


Art. 22

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding


1. Dit Verdrag behoeft de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door Staten en regionale organisaties voor economische integratie. Het staat open voor toetreding vanaf de dag na de datum waarop het is gesloten voor ondertekening. Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding worden nedergelegd bij de Depositaris.

2. Een regionale organisatie voor economische integratie die Partij wordt bij het Verdrag zonder dat één van haar lidstaten Partij is, is gebonden aan alle verplichtingen ingevolge het Verdrag. Wanneer één of meer lidstaten van zo'n organisatie Partij zijn bij het Verdrag, komen de organisatie en haar lidstaten hun onderscheiden verantwoordelijkheden overeen met betrekking tot de nakoming van hun verplichtingen ingevolge het Verdrag. In dergelijke gevallen zijn de organisatie en haar lidstaten niet gerechtigd de uit het Verdrag voortvloeiende rechten gelijktijdig uit te oefenen.

3. In hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geven regionale organisaties voor economische integratie de omvang van hun bevoegdheid ter zake van door het Verdrag geregelde aangelegenheden aan. Deze organisaties doen tevens kennisgeving aan de Depositaris, die op zijn beurt de Partijen in kennis stelt, van belangrijke wijzigingen betreffende de omvang van hun bevoegdheid.


Art. 23


Inwerkingtreding


1. Het Verdrag treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de vijftigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.