740
vastendagen yder weeck. Op alle dese dagen onthouden haer van vleys, vis, eyeren, melck, booter etc. Hebben in ’t jaer een vastendach meerder als van andere vrye dagen. Haere bischoppen versien liberaelijck van alle noodtdrufft, doch van geen gelt. De principaele van alle dese natiën sijn de Armenyers en Julfalynen.[1]
Op den 2 Juny soo hebben den hartoch van Siras besocht ende met hem van verscheyden saecken gediscoureert, aengaende mijn particulier en de Compagnie. Dese is een seer beleeft man van groeten aensien; is de principale patron van onse natiën. Hy heeft ons alle faveur en gunste toegeseydt en, naerdat ons eerlijck hadde getracteert, soo sijn met alle bewysen van vruntschap van hem gescheyden. Wy hadden hem met avijs van Visnich twee dagen te vooren een redelijck present te huys gesonden.
Op den 6 ditto heeft den voorsz. hertoch een generael bancket gehouden, op hetwelcke de Coninck met alle de grootste van ’t hoff mede verscheenen is, alwaer hy ons mede geroepen heeft.
En alsoo nu verscheydenmael mentie ghemaeckt is van bancketten, sal ’t cort haerre forma verhaelen. Men verschijnt op denselffden ontrent ’t ’s mergens ontrent 10 uuren; yder werdt naer sijn aensien geset op een tapijt neder, daer werdt dan enige fruyten naer sasoen gestelt, als oock croppen van salaet en concommers. Dese concommers eeten veel, alsoo cout sijn om op te drincken. Hebben meermael voor den Coninck alleenlijck concommers sien staen, daer hy hartelijck aff adt, alsoo de Persiaenen rouw van eeten sijn. Ondertusschen wort gestadelijck rondtom gedroncken; haere speelluyden zingen en speelen doorgaens met weynich melodye.
Ontrent een uuren werden de fruyten weggenoomen en ontrent 2 à 3 uuren wert de spyse opgedragen; de plateelen op damaste cleederen neder sonder servetten, teljooren off messen; in plaetse van servetten eenich plat deech[2] bycans vol ... seer dun en tay, ontrent een ellen in ’t rondt. De hoenders, gansen en andre ghevogelt, schuerren met de handen; schappenvleys wert op weynich bancketten gestelt; ossenvleys eeten niet. Naerdat de spyse een uur oft twee gestaen heeft, wert affgenomen en noch een goede tijt gedroncken.
Wy sijn op den 10 gereden in den hoff van Mamet Alibeeck, van denwelcken vriendelijck ontfangen sijn, en met de fruyten van sijn hoff getracteert. Hebbe hem de affayren van de Compagnie gerecommandeert. Dese Mamet Alibeeck hadde by den voorleeden coninck de meeste auctoriteyt boven alle die het hoff frequenteerden. By deesen Coninck was ’t seer verkeert; bewesen hem evenwel deselffde eer en respect, die hem van voorgedaene vrientschap schuldich waeren en hebben hem conform onse ordre met een present vereert.
In discoursen met hem sijnde, soo wenschten meennichmael mijn dat geluck,
- ↑ In de brieven veelal "Solfalynen" genaamd, naar Djulfa, de voorstad van Ispahan, waar zij wonen. Van hieruit gingen velen naar Java, ook thans nog.
- ↑ Hiermede bedoelt de schrijver de platte brooden, die ook thans in Perzië gebruikt worden. Men gebruikt er geen gist voor de bereiding, hoewel het brood, mits versch gebakken, zeer smakelijk is. Het brood wordt gebakken in ovens, op den grond waarvan men een laag kiezelsteentjes of grind heeft gelegd, die verhit worden door de daarover strijkende vlammen; op die steentjes worden de platte stukken deeg door middel van een houten spaan uitgespreid en zoo gebakken. De oven wordt vooraf verhit met in de woestijn groeiende doornstruiken, die met een heldere vlam branden en veel hitte geven.