758
daerin te boven gaet. In 't begin des rijckx van den ouden Coninck, soo waeren de weegen in Persia geheel onveylich, soodat quaelijck te gebruycken waeren. Hiertegen heeft soo grooten naersticheydt en straffe aengewendt, dat hy die gebracht heeft tot sulcken seeckerheyt. Daerenboven hadde hy geordonneert, dat eenich passagyer, beschaedicht sijnde, hem adresseere aen de overicheyt van de naeste plaetse, hem sijn schaede aenseggende[1]. By dese werdt alle devoir aengewent, dat de quaetdoenders achterhaelt werden, twelck soo sy niet en effectueerde, soo is die plaetse gehouden de schaede te restitueeren. Door dit gebruyck en door de harde straffen[2] soo sal men selde van eenige swaericheyt op de wech hooren, ghelijck als ons noyt yets voorgecoomen is.
Met gelycke gerustheyt en seeckerheyt soo passeert de persoon van de Cooninck sonder hellebarders, archyers[3], offte andere lijffwacht. Op dese maenier rijdt oock op de jacht, geacompagneert sijnde met 15 á 25 persoonen.
Van Spanneck sijn wy den 28 November opgeseeten en voorts onse reyse met gewenscht weder gecontinueert. Wy bevonden naer twee dachreysen een groote veranderinge van een coude locht; de bergen overal met sneeu bedeckt. Wy passeerde evenwel dese wegen ende eenige hooge geberchte, met minder molestye als hy (l. wy} wel hadden gehoopt. Godt sy geloofft, die ons op dese reyse soo veel gunste heeft beweesen. Onse reyse alsoo continueerende, soo sijn wy den 11 December met veel sneeuw tot Siras gearriveert. Wy sijn gelogeert in 't Conincks huyse alsvoore, en alsoo wy hier niemandt van auctoriteyt en vonden, soo hebben onse eygen despense gehouden, twelcke mijn oock geraden was tot Spahan van den onder gouverneur Chalibeeck, in cas dat ick den Hertoch daer niet vonde, doordien ick andersins veel nieuwe — — — — [4] en dienaers soude hebben moeten contenteeren en met vereeringe versien.
De Hertoch was drie dagen voor onser aencompste uut Siras naer het leger vertrocken, in grooter haest van den Coninck opontbooden, met dese woorden: dat indien hy ten ontfangen van sijn gebodt een stuck broots in der handt hadde, om in de mont te steecken, tselffde soude nederleggen en datelijck opsitten. De oorsaeck hiervan was, dat de Turcken subitelijck Bagadet genaedert waeren en een stadt, twee dagen reysen daer van gelegen, met gewelt ingenoomen en alles omgebracht. Byaldien ditto Hertoch aldaer hadde gevonden, soo souden sulcx profytelijck en eerlijck voor mijn gescheennen hebben, alsoo ick wel geadverteert was van het goet tractement, dat hy mijn soude beweesen hebben en een present van paerden, die aen mijn gedaen. Van sijn goede genegentheyt was wel verseeckert door sijn eygen propoosten. Hy hadde tot Spahan een groodt miscontentement over de actyen van Visnich.
Evenwel soo was sijn vertreck mijn niet onangenaem, om eenige consideratyen, want alsoo de handelinge van mijn voorstel aen hem meest toucheerden, soo soude hy ongetwijffelt eenich tractaet voorgestelt hebben, de meerder in dese coniunctie, dat de Portugesen soo corts geleeden het eylandt Kismus hadden affgeloopen, en op andere plaetsen hem dreychden; en alsoo wy tot dusdaenige