Naar inhoud springen

Pagina:Relaes van den ambassadeur Jan Smidt (naar Persia, 1628-1630).pdf/9

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

733

mijn waeren vijffthien paerden gecoft. Mijn treyn bestondt in acht Nederlanders en Mooren, die principaelijck op de paerden pasten. En naerdat ons eerlijck uutgeley gedaen was, soo sijn van dien avont noch drie mylen gereeden en ’t ’s avonts in een rustplaetse gecomen, genaempt Bandelijn[1]. Wy hebben ons conform de manier des landts slechtelijck[2] beholpen. Men vindt hier geen herbergen ofte dorpen onder wegen om te logyeren. Dese rustplaetsen, die men op de wech vindt, wint (I. wert) carrauwensera genaempt[3], sijn steenen geboutsels met verscheyden cleyne plaetsen voor een man off twee. Men vindt hier vier, noch licht, noch yet om op te leggen, alsoo dit plaetsen sijn gemeenlijck alleen op de wech staen. Men moet sijn boyagye, om op te rusten, mede voeren, desgelijckx sijn eeten en drincken. Het valt seer moeylijck by winterdach hier te reysen wanneer men, moe gereeden sijnde, somtijts door regen en sneeu en groote coude op de aerden en somtijts onder den blaeuwen hemel sich moet behelpen.

Naerdat aldus vijff dagen hadden gereeden en onder weegen redelijck getracteert en in eenige plaetsen oock gedefroyeert, ’t welck by ons meest betaelt werde alsoo een arm volck is, soo sijn op den 20 ditto tegen den avondt tot Laer * gecomen, hebbende ontrent de 50 mylen gereyst. De Sultan is ontrent een halff mijl van de stadt ons tegemoet gereden met wel 50 paerden en 30 roers, die t’onser aencompste losten. De Sultan, verselschapt met eenige principaelen van de stadt, heeft ons vriendelijck verwellecompt en neffens ons in Laar gereeden; daer sijn oock eenige schooten van ’t casteel geschoten. Wy sijn gelogyeert in een van de principaelste huysen. Den dach daernaer, sijnde den 21 dito, soo is de Soulan[4] met bycans alle het volck van de plaetse uut der stadt gereeden tot een mijl van daer, alwaer sy seggen een grooten sant off profeet begraven is. Desen dach houden die van Persia en meestendeel van Indiën voor den eersten dach van ’t

  1. Bandali.
  2. Eenvoudig.
  3. De karavanserais in Perzië, die veelal gebouwd zijn van uit de bergen gehaalde steenblokken, somtijds ook van gebakken steen, bestaan meestal uit een vierkant plein, waaromheen kamers liggen van ongeveer 4 x 4 M. waarin alleen een stookplaats alsmede stallen. Men bedekt de deur-opening het best met een medegevoerd tapijt; vensters zijn er niet, deuren ook niet. Boven de monumentale poort is een groote kamer, Khalwat-Khaneh (= particulier huis) genaamd, voor aanzienlijke bezoekers. In de poort zijn kamers, waarin de dalundar (=poortwachter) woont, die fourage voor de lastdieren en paarden en enkele levensmiddelen, zooals eieren, rijst, kippen e.d. verkoopt. Hij bezorgt ook houtskool, water, brandhout, tabak enz. Midden op het plein is een vierkante verhevenheid, saku genaamd, waarop des zomers de muildier- en kameeldrijvers den nacht doorbrengen, hun eten koken, en een derwish hun den tijd kort met recitaties, vertellingen e.d. Op ver afgelegen plaatsen gebruiken schaapherders vaak de karavanserais om hunne kudden des nachts een veilig verblijf te verzekeren. Soms wordt dan de reiziger verrast door een nieuwsgierig schaap, dat zijn kamer binnenloopt. Men richt de reis veelal zoo in, vooral des winters, dat men iederen avond zulk een pleisterplaats bereikt ten einde tegen regen, sneeuw en koude beschutting te vinden. Des zomers zijn tenten voldoende. Des avonds en des morgens vóór zonsopgang zegt een der bezoekers luidkeels zingend, de voorgeschreven gebeden op. De drukbezochte karavanserai met de talrijke bezoekers, de lastdieren van verschillende soort met hun luid-klinkende klokken, bezoekers, gehuld in lange gewaden en tulbanden, levert een kleurig en levendig beeld op. Wie het nog wil zien, dient zich te haasten, want de karavaan wordt geleidelijk vervangen door de auto en het Oosten zal zijn oeroude karakter en groote aantrekkingskracht verliezen. De laatste beschrijving der karavanserais is die van B. Kellermann: Auf Persiens Karavanenstrassen (van 1928), een zeer levendige schets.
  4. Sultan.