Pagina:RomeinscheGeschiedenissen1.pdf/299

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen



247GESCHIEDENISSEN.

I.
BOEK
IV.
HOOFDST.
Schoon de oude geschiedschrijvers niet melden, dat Ancus eenige bediening van den Godsdienst zelf hebbe waargenomen, schijnt het echter uit eenen ouden penning te blijken, dat deze Vorst, niet minder dan Romulus, de wigchelroede moet gedragen hebben.(1)

Laat twee
zoonen na.
Hij liet twee Zoonen na, den eenen nog een kind, den ander een aankomend jongling, wier verder opvoeding hij, bij uitersten wil, toevertrouwd had aan Tarquinius, wien wij onmiddelijk, in het volgende hoofdstuk, zullen leeren kennen.

(1) Men zie deze afbeelding in Aur. Vict. de Viris ill. c. v. Edit. Arntzenii.


RGEindHfdst.png