levert eene duidelijke voorstelling van de zedeloosheid en het bedrog, dat de Romeinsche optimaten ten tijde van dien oorlog gepleegd hebben. Echter verraadt zich de kunst wel eens te zeer, dan dat wij thans nog, zooals weleer geschiedde. Sallustius voor een tweeden Thucydides kunnen houden. De rethorische tint welke bijna over al de geschriften der Romeinen, die van Caesar uitgezonderd, verspreid ligt, ziet men ook bij Sallustius ongaarne. Toch is het natuurlijk dat de letterkundige gewrochten zoo gekleurd worden, waar men niet voor 't volk in 't gemeen, maar slechts voor een zeker getal fijn beschaafde en glad verniste lieden boeken gaat schrijven. Zulks was te Rome bijzonder het geval. Niemand wendde zich tot de groote menigte. Aan enkelen te behagen, ziedaar het ideaal van den schrijver. Wie die enkelen waren, hing dikwijls geheel af van de partij, die de schrijver toegedaan was. Zonder twijfel kan men in de geschriften van Sallustius gemakkelijk den vriend van Caesar en den vijand der optimaten herkennen. Daaruit is het zekerlijk te verklaren, dat zijne werken zulk een lange zondenlijst van de aanzienlijke familiën te Rome ophangen. Hij heeft in dit opzicht wel iets van Bilderdijk, als deze de geschiedenis der Amsterdamsche aristokratie in de 18de eeuw verhaalt. Evenals onze Nederlander heeft ook Sallustius hierbij iets grommigs en iets bijtends."
De samenzwering van Catilina is in het Nederlandsch vertaald door Mr. J. ten Brink, Amsterdam 1798. Van der Palm heeft in het bekende „Gedenkschrift van Nederlands verlossing" Sallustius tot model gekozen.