Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, De samenzwering van Catilina (vert. Muller, 1893).pdf/15

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Wat menschen ploegen, varen, bouwen, wekt alles, burgerdeugd. Vele stervelingen echter, overgegeven aan wellust en vadsigheid, zijn onkundig en onbeschaafd als reizigers door het leven gegaan; wien voorzeker, tegen alle wetten der natuur in, het lichaam tot lust, de ziel, tot last was; hun leven en sterven acht ik gelijk, daar men over beide zwijgt. Want inderdaad dunkt slechts hij mij het leven waardig en geestesgenot te smaken, die, met het een of ander onledig, den roem van eene uitblinkende daad of van eene den vrijen burger waardige kunst najaagt.




HOOFDSTUK III.


Doch in het groote aantal zaken wijst de natuur aan dezen den eenen, aan genen den anderen weg. Schoon is het den staat goed te doen, ook fraai spreken is geenszins te verachten; hetzij in vrede, hetzij in oorlog kan men roem behalen, en velen, die roemruchte daden verricht hebben, benevens zij, die de daden van anderen hebben opgeteekend, worden geprezen. Mij althans, alhoewel allerminst gelijke roem aan den schrijver en den dader der menschelijke dingen te beurt valt, dunkt het echter bovenal, bezwaarlijk krijgszaken te beschrijven: vooreerst omdat feiten in daarmee overeenkomstige bewoordingen moeten voorgesteld worden; vervolgens, omdat de meesten, alwat gij als misdrijven laakt, uit kwaadwilligheid en