Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, De samenzwering van Catilina (vert. Muller, 1893).pdf/21

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

HOOFDSTUK VIII.


Maar ongetwijfeld heerscht in elke zaak het geluk; dit verheldert of verduistert alle dingen, meer naar willekeur dan naar billijkheid. De krijgsdaden der Atheners zijn, zooalsik meen, vrij groot en schoon geweest, maar toch iets minder dan zij geroemd worden. Doch omdat uit dit volk schrijvers van groote talenten voortkwamen, worden de feiten der Atheners over de gansche wereld ten hoogste geroemd. Dientengevolge rezen de goede eigenschappen der groote mannen meer in de schatting der menschen, naarmate groote vernuften die door woorden konden verheffen. Maar daartoe was het Romeinsche volk nooit bij machte, wijl ieder kundig man ook ten hoogste bedrijvig was, niemand zijn geest zonder het lichaam oefende, ieder goed mensch liever handelde dan sprak, en liever wilde dat zijne goede daden door anderen geprezen werden, dan dat hij zelf die der anderen vertelde.




HOOFDSTUK IX.


Zoo werden dus te huis en in den oorlog goede zeden geacht; de eendracht was zeer groot, de hebzucht zeer gering; het recht en het goede gold bij hen niet meer door de wetten dan door den aard der zaak. Twisten, tweedracht en naijver onderhielden zij met hunne vijan-