en ter zee, na; men sliep, voordat men slaap had; men wachtte honger noch dorst, koude noch vermoeidheid af, doch overbeschaving voorkwam dat alles. Al deze dingen spoorden onvermogende jongelingen tot euveldaden aan; de ziel, door en door lichtzinnig, kon geene lusten meer missen; des te losbandiger gaf men zich op allerlei wijze aan winstbejag, aan verkwisting over.
HOOFDSTUK XIV.
In een zoo grooten en zoo bedorven staat had Catilina, hetgeen licht te doen was, scharen van allerlei misdrijven en ondeugden als volgelingen om zich heen. Want al wie als ontuchtige, echtbreker of slemper zijn vaderlijk erfgoed vermorst had, en wie veel schulden had gemaakt om daarmee misdrijven en wandaden te bedekken, voorts alle vadermoorders en tempelschenners, reeds vroeger veroordeeld of voor misdaden veroordeeling vreezende, ook diehand of tong door meineed of burgerbloed onderhielden, allen in één woord, die schanddaad, berooidheid of slecht geweten voortdreef, die vormden Catilina's omgeving of waren zijn dierbaarste vrienden. Wanneer zelfs een vlekkelooze in den afgrond van Catilina's vriendschap stortte, dan werd hij door dagelijkschen omgang en verleidingen gemakkelijk gelijk aan de rest. Maar vooral joeg hij de vriendschap van jongelingen na: immers hun week en kneedbaar gemoed bood niet moeielijk weerstand aan