Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, De samenzwering van Catilina (vert. Muller, 1893).pdf/37

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gebrek haar minder genoegens kon verschaffen, stond hij op dit oogenblik minder in haar gunst. Toen begon hij haar plotseling zeeën en gouden bergen te beloven,[1] en dan weer dreigde hij haar met een zwaard als zij hem niet ter wille was: in 't kort, hij stelde zich wilder aan dan zijn gewoonte meebracht. Toen nu Fulvia de oorzaak van Curius' ongewoon gedrag had vernomen, heeft zij zulk een staatsgevaarlijk plan niet voor zich gehouden, maar zonder den naam van haren zegsman te noemen al wat zij van Catilina's samenzwering, hoe dan ook, ver nomen had, aan verschillende personen verteld.

Dit vooral spoorde het publiek te Rome aan om aan M. Tullius Cicero het consulaat op te dragen; vroeger toch was het grootste gedeelte der gegoede klasse zeer naijverig tegen hem gestemd, ja men hield het er voor alsof er een smet aan het consulaat zou kleven, wanneer een parvenu, hoe uitnemend ook, die waardigheid zou verkrijgen.[2] Doch zoodra er werkelijk gevaar was, traden nijd en trots op den achtergrond.




HOOFDSTUK XXIV.


In de volksvergadering werden dus tot consuls gekozen M. Tullius Cicero en C. Antonius. Dit was het eerste feit, dat de samenzweerders verontrustte. Alleen Catilina's

  1. De Italianen zeggen nog: promettere mari e monti (Damsté).
  2. Het Latijnsche homo novus kan men het best weergeven door „parvenu", de eerste in een familie die een curulisch ambt bekleedt.