ten opzichte van het beheer der wingewesten, zijn ambtgenoot Antonius voor de partij der orde gewonnen; en eindelijk had hij steeds een geheime bedekking van vrienden en clienten om zich. Toen de dag der volksstemming gekomen was en zoowel de candidatuur van Catilina als de moordaanslag, dien hij op het Marsveld tegen den consul beraamd had, mislukt was, besloot hij den oorlog te beginnen en het uiterste te wagen, omdat zijne geheime pogingen zoo bitter slecht waren afgeloopen.
HOOFDSTUK XXVII.
Hij zendt dus C. Manlius naar Faesulae en naar het N. gedeelte van Etrurië, een zekeren Septimius uit Camerinum, naar het Piceensche land. C. Julius naar Apulië, naar andere streken weer anderen, als hij maar meende dat iemand hem ergens van dienst kon zijn. Middelerwijl smeedde hij ook te Rome allerlei plannen, hij bleef het op den consul munten, maakte plannen van brandstichting, bezette geschikte plaatsen met gewapende lieden, liep zelf gewapend[1] en raadde dit anderen aan, spoorde iedereen aan waakzaam en gereed te zijn; dag en nacht was hij in de weer, gunde zich geen rust, en werd door geen slapeloosheid of inspanning uitgeput.
Toen hij ten slotte niettegenstaande al die toebereidselen geen vooruitgang zag, riep hij weer in het holst van den nacht de hoofden der samenzwering bijeen, door
- ↑ Cum telo esse, hetgeen reeds volgens de wet der Twaalf Tafelen verboden was.