Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, De samenzwering van Catilina (vert. Muller, 1893).pdf/55

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

in die staten. Zoodra hij dus de bedoelde afgezanten op de markt ontmoette, ondervroeg hij hen kort naar den toestand van hun staat, en begon schijnbaar medelijdend naar hun lot te vragen en hun het antwoord te ontlokken, welk einde zij wel bij zoo grooten tegenspoed verwachtten. Toen hij hen hoorde klagen over de hebzucht der overheden, den senaat beschuldigen, omdat zij daarbij geen steun vonden, en zag dat zij naar den dood als geneesmiddel voor hun ellende verlangden, zeide hij: „Als gij slechts mannen wilt zijn, zal ik u een middel wijzen om aan al dat ongeluk te ontkomen." — Toen hij zoo sprak, kregen de Allobrogen groote hoop en smeekten Umbrenus, medelijden met hen te hebben, niets zou zóó lastig of moeielijk zijn (zeiden zij), dat zij niet met vreugde zouden doen, als 't hun staat maar van de schuldenlast bevrijdde. Hij bracht hen naar het huis van D. Brutus, dicht bij de markt gelegen, waar men, door Sempronia, niet onbekend met het plan was; Brutus zelf was van Rome afwezig. Ook haalde hij Gabinius er bij, om meer klem aan zijn woorden bij te zetten. In diens tegenwoordigheid vertelt hij van de samenzwering, noemt de deelnemers en daarbij een groot aantal onschuldigen van allerlei stand, om den gezanten meer moed te geven. Als zij hun ondersteuning hadden toegezegd, liet hij ze gaan.