dat de consul daar een voorstel van maakte[1]. Cicero deed dit en de voltallige senaat vaardigde een besluit uit, dat Tarquinius' aangifte valsch scheen en dat hijzelf gevangen zou worden gehouden, en niets meer zou mogen getuigen, vóórdat hij den persoon aanwees, op wiens raad hij aldus gelogen had. En waren er toen ter tijde die meenden dat die aanklacht door P. Autronius op touw was gezet, om wanneer Crassus beschuldigd werd des te gemakkelijker de anderen wegens deelneming aan het strafbare feit door diens invloed te dekken. Anderen zeiden weer dat Tarquinius door Cicero was afgestuurd, opdat Crassus niet een aanleiding tot oproer zou geven, wanneer hij, zooals zijn gewoonte was, de partij der slechtgezinden koos. Ik zelf heb Crassus later hooren zeggen dat Cicero hem die smadelijke aanklacht bezorgd had.
HOOFDSTUK XLIX.
Terzelfdertijd konden Q. Catulus en C. Piso noch door smeekbeden noch door invloeden noch door omkooperij Cicero er toe bewegen, dat hetzij door de Allobrogen hetzij door een anderen beschuldiger een valsche
- ↑ Zonder een voorstel (relatio) van den consul, kon er over geen zaak beraadslaagd worden. Dit laatste noemde men de gevoelens vragen (rogare sententias) of den senaat raadplegen (consulere senatum).