Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, De samenzwering van Catilina (vert. Muller, 1893).pdf/76

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

den staat; wij prijzen rijkdom, en jagen vadzigheid na; goeden en kwaden zijn bij ons één; alle belooningen der deugd heeft eerzucht verzwolgen. Natuurlijk! als gij, elk voor zich zelf, besluiten pleegt te nemen, thuis aan uwe genoegens, hier slechts aan geld of invloeden toegeeft, dan blijft de staat onbeheerd en aan elken aanval blootgesteld.

Maar genoeg hierover. Aanzienlijke medeburgers hebben samengezworen om de stad in brand te steken, zij ruien het op ons verbitterde Keltische volk tegen ons op, de aanvoerder van die tot staatsvijanden verklaarde mannen staat met een leger dicht bij de poorten. Draalt gij nu nog, aarzelt gij wat gij doen moet, nu gij binnen uwe muren eenigen dier vijanden hebt gevangen genomen? Zeker, hebt medelijden met hen, het zijn jonge menschen die uit eerzucht misdreven, laat hen gewapend heengaan! Die zwakheid, dat medelijden zal in vreeselijk lijden voor ù verkeeren, als zij de wapenen hebben opgenomen!

De zaak is zeer gevaarlijk, maar gij zijt niet beducht. Ja, allergevaarlijkst: maar uit loomheid en weekelijkheid talmt gij, en de een wacht op den ander, zeker vertrouwende op de onsterfelijke goden, die dezen staat dikwijls in de grootste gevaren hebben gered. Doch niet door wenschen, door vrouwelijke smeekbeden bereidt gij u de hulp der goden; alles gaat goed als gij waakt, handelt en flink raadpleegt. Geeft gij u over aan traagheid en luiheid, dan zult gij tevergeefs de goden aanroepen, zij zijn vertoornd en vergramd. Bij onze voorouders heeft T. Manlius Torquatus in den Gallischen oorlog zijn zoon laten ter dood brengen, omdat deze tegen zijn bevel