Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, De samenzwering van Catilina (vert. Muller, 1893).pdf/87

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

leurs het gevecht konden beginnen, ontstond er een groot geschreeuw; de veldteekenen worden vooruitgedragen, de werpspietsen in den steek gelaten, de strijd wordt met het zwaard gevoerd. De veteranen zijn hunner oude dapperheid indachtig en komen heftig naderbij, de tegenpartij weerstaat hun moedig, men vecht met de uiterste inspanning. Catilina bevond zich met de slagvaardige soldaten in de voorste rij, hij stond den in 't nauw gebrachten bij, wekte de versche troepen, als waren 't gewonden, op, voorzag in alles, nam ijverig aan 't gevecht deel en deed menigeen vallen; hij was tegelijkertijd een flink soldaat en een goed generaal. Toen Petrejus nu zag dat Catilina zich bovenmatig inspande, hetgeen hij niet verwacht had, zendt hij zijne ruiterlijfwacht midden op de vijanden af, brengt hen in de war zoodat hun tegenstand gebroken wordt, en richt een groote slachting aan. Vervolgens valt hij de overigen in beide flanken aan, waarbij Manlius en Faesulanus in de voorste gelederen strijdend sneuvelen. Zoodra Catilina zag dat zijn troep verstrooid en hij met weinigen overgelaten was, herinnerde hij zich zijn geslacht en zijn vroegere waardigheid, stormt op de dichte drommen van den vijand in, en wordt met het zwaard in de vuist neergeveld.




HOOFDSTUK LXI.


Toen het gevecht was afgeloopen, kon men pas ontwaren, welke stoutmoedigheid en geestkracht Catilina's leger bezielde. Bijna zonder uitzondering dekten de