Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, De samenzwering van Catilina (vert. Muller, 1893).pdf/88

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

lijken dezelfde plaats die ieder levend ten strijde had uitgekozen; weinigen slechts waren er, die de ruiterlijfwacht her- en derwaarts verstrooid had, maar toch waren allen gevallen met naar den vijand toegekeerde wonden[1]. Ver van de zijnen af werd Catilina midden onder vijandelijke lijken gevonden, nog stuiptrekkend en met dezelfde stoutmoedigheid in zijn gelaatstrekken, die hij bij zijn leven betoond had. Uit het geheele leger is noch in het gevecht noch op de vlucht één enkel vrijgeboren burger gevangen genomen; zóó hadden allen hun leven op één lijn gesteld met dat van den vijand. Ook was de overwinning van het Romeinsche leger niet blijde noch onbloedig, want de dapperste soldaten waren of in het gevecht gevallen, of hadden zware wonden bekomen. Velen die uit nieuwsgierigheid ofplunderzucht het kamp hadden verlaten, herkenden bij het onderzoek der lijken, de een een vriend, een ander weer een gastheer, een derde een bloedverwant; er waren er ook, die hun persoonlijke vijanden wederzagen. Zoo heerschte in het geheele leger een gemengde stemming van blijdschap en treurigheid, van rouw en van vreugde.


EINDE.

  1. Advorsis volneribus in het ouderwetsch Latijn van Sallustius, later adversis vulneribus, een bewijs dat niemand op de vlucht was gegaan.