Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/101

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Vaga niet verder dan duizend pas verwijderd is; zij moesten de arbeid, die nog te doen was, geduldig ondernemen, teneinde hun medeburgers, even dapper als beklagenswaardig, te kunnen wreken; tevens houdt hij hun den grooten te behalen buit voor oogen. Na hen aldus te hebben opgewekt, zendt hij de ruiterij in de voorhoede, wijd uitgebreid, vooruit, terwijl hij aan de infanterie bevel geeft, zich dicht aaneen te sluiten, en de standaarden te verbergen.



LXIX.


Toen de inwoners van Vaga bemerkten, dat een leger naar hun stad voortrukte, dachten zij eerst dat het Metellus was (zooals ook werkelijk het geval was), en sloten de poorten; daarna, ziende dat de velden niet verwoest werden, en de voorhoede uit Numidische ruiters bestond, meenen zij integendeel dat Jugurtha hen te hulp komt, en gaan hem vol vreugde te gemoet. De ruiters en voetknechten, op een gegeven teeken, sabelen het uit poorten op buit die van de stad toegestroomde volk neder, ijlen naar de en nemen de torens in; de woede en de hoop waren sterker dan de vermoeienis. Zoo hadden Vaga slechts twee dagen lang zich kunnen ver heugen over hun trouweloosheid. De groote en rijke stad werd slachtoffer van wraak en plundering. Turpilius, de bevelhebber, die, naar wij zagen, die eenige man der bezetting was, die aan den moord ontkwam, kreeg van