Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/106

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

in hun eigen levensbehoeften. De adel werd geheel uit het veld geslagen, en een parvenu, voor het eerst na vele jaren, tot consul gekozen. Daarop stelde de volkstribuun T. Manlius Mancinus de vraag, wien het volk met den oorlog tegen Jugurtha wilde belasten; de groote meerderheid antwoordde: Marius; [de Senaat] had kort te voren [Numidië aan Metellus] toegestaan; dit besluit werd niet ten uitvoer gebracht.



LXXIV.


Op dit oogenblik had Jugurtha bijna al zijn aanhan gers verloren, velen had hijzelf omgebracht, anderen hadden uit vrees naar de Romeinen of koning Bocchus de wijk genomen; daar hij evenwel den oorlog niet zonder helpers kon voortzetten, en hij zich op geen nieuwe vertrouwden durfde verlaten, daar de oude zich zoo verraderlijk getoond hadden, veranderde hij steeds van plan en wist niet wat te doen. Geen zaak, geen voorslag, geen mensch boezemde hem meer vertrouwen in. Van dag tot dag wijzigde hij de marschorders, en wisselde van bevelhebbers, dan eens trok hij op tegen den vijand, dan weder naar de wildernis, hoopte nu eens heil van de vlucht, dan weder van een veldslag; en wist niet wat hij het meest moest wantrouwen, de dapperheid of de loyauteit zijner landgenooten; waar hij zich ook wendde, zag hij niets dan tegenspoed. Te midden van zijn vertragingen, vertoonde zich plotseling Metellus