Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/11

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

JUGURTHA.



I.

Ten onrechte beklagen de menschen de zwakheid en kortstondigheid van hun bestaan, waarover het geluk meer macht schijnt uit te oefenen dan de deugd. Integendeel, als men er wel over nadenkt, is er niets hoogers en uitstekenders dan de mensch, en is het meer de ijver, die aan de menschelijke natuur te kort komt, dan tijd of kracht. Het leven van den mensch is onderworpen aan de leiding en heerschappij van den geest is deze geneigd den weg der deugd, die naar den roem leidt, te bewandelen, dan is hij uit zich zelf vrij, machtig en roemrijk, en heeft geen behoefte aan de fortuin, die eerlijkheid, vlijt en andere goede eigenschappen niemand geven of ontnemen kan. Is de geest daarentegen slaaf van booze hartstochten, overgegeven aan indolentie en wellust, dan krijgt, als voor een poos de lage zinnelijkheid bevredigd is, en krachten, tijd en vernuft door werkeloosheid zijn te gronde gegaan, de zwakheid onzer natuur de schuld, en schrijven zij, die