Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/12

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zichzelf te gronde richten, alles toe aan de omstandigheden. Indien de menschen zich evenveel moeite gaven voor het nuttige, als zij het onverschillige, nuttelooze en dikwijls gevaarlijke najagen, zouden zij minder door de fortuin beheerscht worden, dan haar zelf beheerschen, en er in slagen, hoewel stervelingen, door den roem onsterfelijk te worden.



II.

De mensch is een vereeniging van ziel en lichaam; zoo zijn ook onze eigenschappen en begeerten af hankelijk, gedeeltelijk van ons lichaam, gedeeltelijk van onze ziel. Schoonheid, rijkdom, lichaamskracht en dergelijke gaan spoedig te gronde; de werken van den geest zijn onsterfelijk als de ziel zelve. Gaven, die afhangen van lichaam en geluk, hebben een begin en een einde: op geboorte volgt dood, en op bloei verval; de ziel, onverderfelijk, eeuwig, beheerscheres van den mensch, bestuurt en omvat alles, en is zelve aan niets onderworpen; des te meer moet men zich verwonderen over de laagheid der lieden, die zich overgeven aan lichamelijk genot, en hun leven doorbrengen in weelde en werkeloosheid, terwijl zij hun geest, het beste en edelste wat de stervelingen bezitten, in onwetendheid en luiheid laten weg zinken. En toch zijn er zoo veel geestesoefeningen, waardoor men roem kan behalen!