Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/125

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

heid dan door geluk: een groot deel er van is door de hebzucht of de roekeloosheid der veldheeren te gronde gegaan. Laten daarom zij onder u, wier leeftijd hen tot den dienst geschikt maakt, met mij medewerken, en de verdediging van den Staat op zich nemen. Niemand late zich door de rampen van anderen of door den trots der vroegere veldheeren ontmoedigen. Ik zelf zal in het gelid, in het gevecht, u als raadsman tegelijk en als deelgenoot der gevaren ter zijde staan, en mij in alles met u gelijk stellen. Zeker is met hulp der Goden alles in ons bereik: overwinning, buit, roem, en zelfs indien dat alles twijfelachtig of veraf was, zouden toch alle goede burgers de Republiek te hulp moeten komen. Niemand is ooit door nietsdoen onsterfelijk geworden en niemand heeft ooit zijn kinderen een eeuwig bestaan toegewenscht, wel dat zij een braaf en deugdzaam leven leiden zouden. Ik zou nog meer zeggen. Quiriten, indien ik door woorden lafhartigen moed kon geven: voor de dapperen heb ik, naar ik meen, genoeg gezegd."



LXXXVI.


Na aldus ongeveer gesproken te hebben, laat Marius, die den geest van het volk opgewekt genoeg oordeelt, proviand, specie voor soldij, wapenen en andere benoodigdheden in schepen laden en hiermede zijn luitenant A. Manlius vertrekken. Onderwijl werft hij soldaten,