Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/139

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

XCVI.


Sulla, zooals wij boven zeiden, in Africa en in het kamp van Marius met de ruiterij aangekomen, werd, hoewel tot op dat oogenblik onwetend en onervaren in oorlogszaken, binnen kort de meest geschikte van allen. Hij had bovendien de gewoonte de soldaten vriendelijk toe te spreken, bewees veel weldaden, veel op verzoek, andere uit eigen beweging, nam ze ongaarne aan, maar gaf ze dan sneller dan geleend geld terug, vorderde van niemand een wederdienst, en zorgde vooral dat het grootst mogelijk aantal lieden aan hem verplichtingen had. Jok en ernst wisselde hij met de nederigste personen; bij den bouw der versterkingen, bij marschen, bij de wachtposten was hij dikwijls aanwezig; hij vermeed, zooals gemeenlijk bij lage ambitie het geval is, de goede faam van den consul of van iemand anders aan te tasten, maar waakte er alleen voor dat niemand in raad of daad hem voorbij streefde, en muntte zelf uit boven de meesten. Door deze eigenschappen en kunstgrepen wist hij zich spoedig gezien te maken, bij Marius zoowel als bij de soldaten.



XCVII.


Jugurtha, na de stad Capsa en andere versterkte plaatsen, die hem dienstig waren, en groote schatten verloren te hebben, zond zendelingen aan Bocchus, om hem te verzoeken zoo spoedig mogelijk met troepen naar