Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/145

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gurthijnschen oorlog, de tucht in zijn leger meer door eergevoel dan door straffen handhaafde. Velen beweerden dat deze handelwijs het gevolg was van jacht op populariteit, anderen dat de van kindsbeen aangewende harde levenswijs en andere ontberingen, die men gewoonlijk ellende noemt, voor hem een genoegen waren: in ieder geval werd de Staat er even goed door gediend als door de strengste discipline.



CI.


Den vierden dag, niet ver van Cirta, trekken de op verkenning uitgezonden mannen van alle kanten zich op het hoofdkorps terug, teeken dat de vijand nadert. De uit verschillende richtingen terugkeerende verspieders gaven ieder van zijn kant hetzelfde te kennen, zoodat de consul, niet wetend naar welken kant hij zijn leger in slagorde zou keeren, besluit, zonder iets aan de slagorde der troepen te veranderen, op de plaats zelve, op alles voorbereid, den vijand af te wachten. Zoo werd de hoop van Jugurtha verijdeld, die zijn troepen in vier richtin gen had laten oprukken, verwachtend, dat op die wijze één afdeeling van zijn leger den vijand in den rug zou vallen. Sulla, onderwijl, die het eerst met den vijand slaags was geraakt, had de zijnen toegesproken, en zelf met een deel der ruiterij, hoopsgewijze en zorgend de paarden zooveel mogelijk aaneengesloten te houden, de Mooren aangevallen; de overigen hielden stand, ontweken de uit