Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/159

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

in den schoot vallen. — De koning weigerde eerst: aanhuwelijking, bloedverwantschap, bovendien een gesloten traktaat waren voor hem hinderpalen; hij vreesde bovendien dat zijn trouweloosheid ontevredenheid onder het volk ten gevolge zou hebben, dat Jugurtha beminde en de Romeinen haatte. Maar herhaaldelijk aangevochten, gaf hij eindelijk toe, en belooft alles te zullen doen volgens den wil van Sulla. De twee onderhandelaars nemen ten slotte de noodige maatregelen om een vredesonderhandeling te veinzen, naar welke de Numidiër, door den oorlog uitgeput, zeer verlangde. Nu aldus hun list geregeld te hebben, scheiden de twee onderhandelaars.



CXII.


Den volgenden dag roept de koning Aspar, den gezant van Jugurtha, en zegt dat hij door Dabar van Sulla weet, dat de oorlog door een traktaat kan ten einde gebracht worden; dat Aspar daarom de meening van zijn koning te weten moest komen. Deze vertrekt vol vreugde naar het kamp van Jugurtha. Door dezen van alles op de hoogte gesteld, keert hij, zoo snel mogelijk, na acht dagen bij Bocchus terug, en bericht hem, dat Jugurtha bereid was alles te doen wat men hem bevelen zou, maar Marius weinig vertrouwde; reeds vaak was voorheen de met Romeinsche veldheeren gesloten over eenkomst later nietig verklaard. Wilde Bocchus aan de moeilijkheden van beiden een einde maken en een geldig