Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/16

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

had uitgeput, had Masinissa, koning der Numidiërs, als bondgenoot aangenomen door P. Scipio (denzelfden wien zijn overwinningen den bijnaam Africaner verwierven) vele en roemruchtige krijgsbedrijven verricht. Uit erkentelijkheid had, na de nederlaag van Carthago, en de gevangenneming van Syphax, wiens rijk toen in Afrika geducht en uitgebreid was, het Romeinsche volk de steden en landen die het veroverd had, zijn bondgenoot ten geschenke gegeven. De nuttige en eervolle vriendschap van Masinissa bleef ons steeds getrouw. De dood maakte aan de eenheid van zijn rijk een einde. Zijn zoon Micipsa slaagde er eerst in het rijk geheel te bezitten, toen zijn broeders Mastanabal en Gulussa door ziekte waren weggenomen. Micipsa had tot zonen Adherbal en Hiëmpsal en liet Jugurtha, zoon van zijn broeder Mastanabal, (dien Masinissa, daar hij zoon van een bijwijf was, als privaat persoon behandeld had) tegelijk met zijn eigen zonen in zijn paleis opvoeden.



VI.

Toen deze tot een jonkman aangroeide, krachtig gebouwd, schoon van aangezicht, maar vooral buitengewoon schrander, liet hij zich niet door weelde en werkeloosheid ontzenuwen, maar oefende zich, naar 's lands gewoonte, in het paardrijden, speerwerpen, wedloopen met jonge lieden van zijn leeftijd; met dat gevolg, dat zijn naam boven allen uitblonk, en hij tevens zich bij iedereen be-