beproeven. De Numantijnsche oorlog was uitgebroken, en Micipsa was verplicht het Romeinsche volk met ruiterij en voetvolk bij te staan; hopende dat Jugurtha bij het ten toon spreiden van zijn moed of door de woeste dapperheid des vijands gemakkelijk zijn einde zou vinden, stelde hij hem aan het hoofd der Numidiërs, die hij naar Spanje zond. Maar de uitslag was geheel verschillend: Jugurtha, even scherpzinnig als energiek, doorgrondde weldra het karakter van P. Scipio, die toen het Romeinsche leger commandeerde, en den aard der vijanden; steeds werkzaam, steeds oplettend, bovendien steeds onderworpen en gehoorzaam, zich vaak blootstellend aan gevaren, verwierf hij zich weldra zulk een naam, dat hij bij de onzen zeer gezien en bij de Numantijnen meer dan iemand gevreesd werd. Wat men vooral moeilijk vereenigd vindt, hij was dapper in het gevecht, en beleidvol in den raad: ofschoon gewoonlijk voorzichtigheid overslaat tot vreesachtigheid, en stoutmoedigheid tot roekeloosheid. Het gevolg was, dat de bevelhebber bijna in alle moeilijke gelegenheden Jugurtha gebruikte, hem onder zijn vrienden telde, zich iederen dag meer aan hem hechtte, daar hij met iemand te doen had, wiens raadslagen nimmer feil waren, wiens ondernemingen nooit mislukten. Hierbij kwamen zijn vrijgevigheid, en zijn vernuft, eigenschappen waardoor hij zich onder de Romeinen veel vrienden maakte.
Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/18
Uiterlijk