Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/19

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

VIII.


Er waren toen in ons leger verschillende personen, nieuwelingen zoowel als edelen, die meer gehecht waren aan rijkdom, dan aan deugd en eerlijkheid, raddraaiers te Rome, invloedrijk bij de bondgenooten, meer schitterend dan braaf, die den reeds niet weinig heerschzuchtigen Jugurtha nog meer ontvlamden door hem te verzekeren, dat hij, na den dood van Micipsa, zonder twijfel alleen koning van geheel Numidie zou worden: hij zelf, zeiden zij, was er begaafd genoeg voor, en te Rome kon men met geld alles gedaan krijgen. Na de verwoesting van Numantië, toen P. Scipio besloten had de hulptroepen weg te zenden en zelf huiswaarts te keeren, beloonde en prees hij Jugurtha in prachtige termen, vóór het geheele leger en geleidde hem daarna in zijn veldheerstent, waar hij hem onder vier oogen op het hart drukte, liever de vriendschap van het Romeinsche volk in het algemeen dan die van privaatpersonen te zoeken; hij waarschuwde hem tegen de gewoonte aan sommige personen geschenken te geven: het was gevaarlijk van enkelen te koopen, wat alleen de menigte kon geven. Wilde hij voortgaan op den ingeslagen weg, dan zouden roem en heerschappij hem van zelf ten deel vallen; overhaastte hij zich, dan zou hij door zijn eigen omkooperijen zich te gronde richten.