hulpmiddelen, als erfgenaam heb aangewezen, overtuigd dat ik U door deze weldaden, niet minder dierbaar zou zijn dan mijn eigen kinderen, indien ik er had, en ik vond mij daarin niet bedrogen. Nog onlangs (over andere groote en roemrijke daden zwijg ik) hebt gij, van Numantia terugkeerend, mij en mijn rijk met roem overdekt, en door uw dapperheid de Romeinen, reeds met ons bevriend, ten nauwste aan ons verbonden; in Spanje hebt gij de eer onzer dynastie hernieuwd. In één woord: gij zijt er in geslaagd te doen wat stervelingen het zwaarst valt: gij hebt den nijd door roem overwonnen. Thans, nu de natuur een eind maakt aan mijn leven, spoor ik U aan, bezweer ik U bij deze hand, bij uw koninklijke trouw, dat gij hen bemint die door het bloed uwe verwanten, door mijn weldaad uw broeders zijn, en vermijdt een bondgenootschap met vreemden te stellen boven de vriendschap met bloedverwanten.
Noch legers, noch schatten beschermen tronen, maar vrienden, die men niet door wapenen behoeft te dwingen of door goud te winnen: goede diensten en trouw zijn hiertoe voldoende. Wie is beter vriend dan een broeder, en op welk vreemdeling zult gij kunnen bouwen, indien gij U uw naasten tot vijanden maakt? Ik laat U een rijk na, krachtig indien gij elkander behulpzaam, zwak indien gij voor elkander hardvochtig zijt. Eendracht vergroot kleine, tweedracht vernietigt groote rijken. Het is uw plicht. Jugurtha, die doorjaren en ondervinding de rijpste zijt, meer noch dan uw broeders te zorgen, dat mijn verwachtingen niet beschaamd worden. In ieder geschil heeft de sterkste, zelfs in-