dien hij de beleedigde partij is, juist omdat hij machtiger is, den schijn van den beleediger te zijn. Gij, Adherbal en Hiëmpsal, begunstigt en eert een man als dezen: wedijvert met hem in dapperheid, en doet wat gij kunt, opdat niet van mij gezegd worde, dat de zoon dien ik aannam uitmunt boven de zonen die ik teelde."
XI.
Op dit alles gaf Jugurtha, hoewel hij begreep, dat de koning veinsde en hij zelf geheel andere plannen koesterde, niettemin, zooals de omstandigheden het eischten, een welwillend antwoord. Eenige dagen later stierf Micipsa. Na hem met koninklijke pracht de laatste eer bewezen te hebben, kwamen de jonge vorsten bijeen, teneinde onder elkander de staatszaken te regelen. Hiëmpsal, de jongste van de drie, heftig van karakter en reeds vroeger vol minachting voor de lage geboorte van Jugurtha, die de zoon van een bijwijf was, plaatst zich rechts van Adherbal, teneinde Jugurtha te verhinderen zich in het midden van hun drieën neder te zetten, hetgeen bij de Numidiërs een eereplaats is. Ten slotte evenwel liet hij zich met veel moeite door de vermaningen van zijn broeder overhalen, zijn meerdere in jaren te eeren en aan de andere zijde plaats te nemen. Men ging toen over tot de behandeling der staatszaken, en Jugurtha sloeg onder meer voor, dat men alle besluiten en wetten der laatste vijf jaren krachteloos zou verklaren, daar Micipsa gedurende dien tijd door de jaren verzwakt, zijn volle geestvermogens niet bezeten