zou Jugurtha op het noodige oogenblik met sterk gevolg verschijnen. De Numidiër voert zijn order spoedig uit en laat, in het midden van den nacht, zooals hem gezegd was, de soldaten van Jugurtha binnen. Deze dringen het huis binnen, zoeken den koning, dooden de slapenden, zoowel als de personen die hen tegen het lijfloopen, onderzoeken alle schuilplaatsen, breken de deuren open, vervullen alles met schrik en ontzetting: onderwijl vindt men Hiëmpsal, verborgen in de hut eener slavin, waar hij, op het eerste gerucht, verschrikt en onbekend met de inrichting der woning, een schuilplaats had gezocht. De Numidiërs brengen zijn afgehouwen hoofd, volgens bevel, aan Jugurtha.
XIII.
De faam van deze afschuwlijke misdaad vervult weldra
geheel Africa. Adherbal, en al de vroegere onderdanen van Micipsa, zijn met schrik geslagen. De Numidiërs verdeelen zich in twee partijen: de meesten volgen Adherbal, maar de beste krijgers Jugurtha. Deze brengt zooveel troepen op de been als hij kan, voegt steden, door geweld of tengevolge van vrije keuze der inwoners bij zijn gebied, en maakt zich gereed, geheel Numidië te beheerschen. Adherbal, die gezanten naar Rome had afgevaardigd, die den Senaat onderrichten moesten van den moord op zijn broeder gepleegd en van zijn eigen toestand, poogt evenwel, daar hij over een groot leger kan beschikken, zich gewapender hand te verdedigen.