Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/25

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Doch zoodra men handgemeen wordt, is hij genoodzaakt, na een nederlaag, van het slagveld de wijk te nemen naar de Romeinsche Provincie, en van daar naar Rome te vertrekken. Jugurtha, die zijn doel bereikt en zich meester van Numidië ziet, begint thans, nu hij tijd heeft over zijn misdaad na te denken, den toorn van het Romeinsche volk te vreezen, en begrijpt dat hij nergens steun kan vinden, dan in de hebzucht der edelen en zijn eigen schatten. Snel zendt hij afgezanten naar Rome, voorzien van veel goud en zilver, en geeft hunlast, zijn oude vrienden met geschenken te overladen, nieuwe te winnen, niet te dralen als het er op aankomt, zich wat dan ook door giften te verzekeren. Zoodra waren de gezanten niet te Rome aangekomen en hadden zij naar bevel van den koning groote geschenken uitgedeeld aan hun gastheeren en aan anderen, die toen in den Senaat in aanzien waren, of een algemeene omkeer had plaats: Jugurtha, tot dien tijd algemeen gehaat, werd het voorwerp van de gunst en de welwillendheid der edelen. Sommigen hunner door hoop op gewin, anderen door de ontvangst van geschenken gewonnen, kuipten zooveel zij konden bij den Senaat, teneinde te verhinderen dat ernstige besluiten tegen hem genomen werden. Zoodra de afgezanten zeker van hun zaak zijn, wordt een dag aangewezen en verschijnen beide partijen vóór den Senaat. Adherbal wordt gezegd aldus gesproken te hebben: