Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/47

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

op de been gebracht, in de soldij en andere oorlogsbehoeften bij decreet voorzien.



XXVIII.


Jugurtha, wien dit bericht zeer onverwacht kwam, daar bij hem het denkbeeld had post gevat, dat te Rome alles veil was, zendt zijn zoon en twee vertrouwden naar Rome, als gezanten bij den Senaat, en geeft hun last, evenals vroeger aan de afgevaardigden na de dood van Hiëmpsal, te beproeven iedereen om te koopen. Toen deze te Rome waren aangekomen, werd de Senaat door Bestia geraadpleegd over de vraag, of men de gezanten van Jugurtha binnen de stad zou dulden, en er werd besloten, hun aan te zeggen, dat indien zij niet gekomen waren om over de overgaaf van het Rijk en van Jugurtha-zelf te handelen, zij binnen tien dagen Italië ruimen moesten. De consul geeft bevel de gezanten van dit besluit van den Senaat te verwittigen, waarop deze, zonder iets uitgericht te hebben, terugkeeren. Calpurnius, die ondertusschen zijn leger bijeengebracht heeft, kiest tot onderbevelhebbers edelen en partijhoofden, wier gezag naar hij hoopte, zijn eigen misdaden bedekken zou; onder dezen was Scaurus, van wiens karakter en beginselen wij boven spraken. Onze consul had vele en groote gaven, naar ziel en lichaam, die alle door hebzucht verlamd werden: hij was onvermoeid,