dend, de Senatoren bezorgd; het was de vraag of zij zulk een schandelijke overeenkomst zouden goedkeuren, dan wel het besluit van den Consul vernietigen. Het was vooral de macht van Scaurus, steun en medeplichtige van Bestia, die hen verhinderde, een juist en rechtvaardig besluit te nemen. Maar C. Memmius, van wiens onafhankelijk karakter en haat tegen den adel, wij reeds boven gesproken hebben, begon, te midden van het weifelen en uitstellen van den Senaat, het volk door redevoeringen tot wraak aan te zetten; vermaande het de openbare zaak, en zijn eigen vrijheid niet in den steek te laten, noemde tal van misdaden op, blijken van den trots en de wreedheid van den adel, in één woord, hij wendde al zijn krachten aan om het volksgemoed te doen ontvlammen. Toen ten tijde was te Rome Memmius door zijne welsprekendheid vermaard en invloedrijk; ik heb het gepast geoordeeld hier één van zijn talrijke redevoeringen in te lasschen, en heb die gekozen, die door hem in de volksvergadering na Bestia's terugkeer op deze wijze ongeveer werd uitgesproken.
XXXI.
„Veel zou mij verhinderen U toe te spreken. Quiriten, indien de zorg voor den Staat niet boven alles ging: de macht der factie, uw geduld, de wetteloosheid, en vooral, dat de onschuld meer gevaar dan eer met zich brengt.