aan de besten, niet aan de onbeschaamdsten, worden besteed. Uw voorouders hebben, om hun recht te handhaven en hun gezag te doen erkennen, zich tweemaal afgescheiden en den Aventinus bezet. Zult gij niet met alle krachten strijden voor de vrijheid, die gij van hen ontvangen hebt? en dat te heftiger, naar mate het schandelijker is, wat men bezit te verliezen, dan in het geheel niets te bezitten? — Iemand zal zeggen: „wat is dan uw voornemen? de straf te eischen van hen die den Staat aan den vijand verraden hebben?" — Zeker niet gewapenderhand en door geweld, (het zou voor U een grooter schande zijn aldus te handelen, dan voor hen, aldus behandeld te worden) maar door een onderzoek en het getuigenis-zelf van Jugurtha. Heeft deze zich inderdaad overgegeven, dan zal hij natuurlijk aan uw bevel gehoorzamen; slaat hij het in den wind, dan zult gij kunnen oordeelen, welke de waarde is van die vrede of overgave, die ten gevolge heeft gehad: voor Jugurtha, de straffeloosheid; voor een klein aantal machtigen, groote rijkdommen; voor den Staat, schade en schande. Indien gij tenminste hun heerschappij thans zat zijt, en gij niet naar de vroegere tijden terugwenscht, toen koninkrijken, provinciën, wetten, rechten, rechtspleging, vrede en oorlog, alle goddelijke en menschelijke zaken in handen waren van een oligarchie, gij daarentegen, het Romeinsche volk, onoverwonnen door de vijanden, meesters van alle naties, moeite genoeg hadt u in het leven te houden; want wie uwer durfde zich tegen de slavernij verzetten? Wat mij aangaat, hoewel ik het een schande oordeel voor een man, onrecht te lijden,
Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/53
Uiterlijk