Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/54

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zonder het te vergelden, zou ik toch met kalmte dulden, dat men misdadigers, die tevens burgers zijn, vergiffenis schonk, indien medelijden geen noodlottige gevolgen na zich sleepte. Voor hen, zoo groot is hun onbeschaamdheid, beteekent het weinig ongestraft misdaden te hebben gepleegd, indien men hun de gelegenheid voor het vervolg er andere te plegen, niet ontneemt, en gij zult later eeuwig in zorg leven, wanneer gij begrijpen zult, dat gij of als slaven zult moeten gehoorzamen, of gewapenderhand de vrijheid handhaven. Welke hoop is er op wederzijdsch vertrouwen of eendracht? Zij willen heerschen, gij vrij zijn; zij onrecht aandoen, gij het verhinderen, en wat het ergste is, zij behandelen onze bondgenooten als vijanden, onze vijanden als bondgenooten. Kan tusschen zoo verschillende partijen vrede of vriendschap bestaan? Daarom waarschuw ik U en maan U aan, zulk een misdaad niet ongestraft te laten. De schatkist is ditmaal niet geplunderd, gelden zijn niet gewelddadig den bondgenooten afgeperst, zware misdrijven, maar die thans door de gewoonte niet meer geteld worden: aan een gevaarlijken vijand is het oordeel van den Senaat, is uw gezag door verraad overgeleverd, te huis en te velde is de Staat verkocht. Wordt geen onderzoek ingesteld, worden de schuldigen niet vervolgd, wat blijft er dan over dan als gehoorzame onderdanen te leven der mannen, die dit alles gedaan hebben? Ongestraft alles te doen, wat men wil, is koning zijn. Niet dat ik wil. Quiriten, dat gij liever ziet dat uw medeburgers slecht, dan dat zij goed handelen; dit wil ik, dat gij niet, door aan de slechten vergiffenis te schenken, de