goeden in gevaar brengt. In staatszaken is het minder gevaarlijk een goede daad door de vingers te zien, dan een slechte. Een braaf man dien men niet beloont, wordt alleen minder ijverig; een slechte dien men niet straft, nog slechter. Door misdrijven te voorkomen, heeft men geen latere repressie noodig."
XXXII.
Door deze en dergelijke redevoeringen in [volksvergaderingen] uitgesproken, weet Memmius van het volk te verkrijgen, dat L. Cassius die toen praetor was, naar Jugurtha zou worden gezonden, om hem, onder publiek vrijgeleide, naar Rome te vervoeren, teneinde, door de getuigenis van den koning, zekerheid te erlangen aangaande de misdrijven van Scaurus en anderen, die Mem mius beschuldigde, geldsommen ontvangen te hebben. Terwijl dit te Rome plaats had, begingen de door Bestia in Numidië achtergelaten legerhoofden op het voorbeeld van den opperbevelhebber, de eene schanddaad na de andere. Sommigen, door goud omgekocht, gaven de olifanten weder aan Jugurtha terug, anderen verkochten overloopers, anderen weder plunderden de onderworpen bevolking: zoo had de gouddorst zich als een kanker van hun ziel meester gemaakt. Zoodra het voorstel van C. Memmius is aangenomen en de adel geslagen, vertrekt de praetor Cassius naar Jugurtha, en beweegt den