koning, (die vol angst was, en, zooals zijn geweten hem zeide, het ergste te vreezen had), nu hij zich aan het Romeinsche volk had overgegeven, liever op Rome's genade te vertrouwen dan haar macht te trotseeren. Bovendien gaf hij zijn eigen eerewoord, dat door Ju gurtha niet minder hoog werd gesteld dan het publiek vrijgeleide: zóó groot was toen ter tijd de faam van Cassius' goede trouw.
XXXIII.
Jugurtha, zoo ellendig mogelijk gekleed, wat met zijn koninklijke waardigheid slecht overeen kwam, komt met Cassius te Rome aan. Ofschoon hij zelf zeer groote geestkracht bezat, en hij gerust gesteld werd door allen
met hulp van wier macht of misdrijven hij de daden had volbracht, die wij boven verhaald hebben, wist hij bovendien door een groot geschenk den volkstribuun C. Baebius voor zich te winnen, teneinde door diens schaam teloosheid tegen recht en onrecht tegelijk verzekerd te zijn. C. Memmius roept de volksvergadering bijeen; het volk was den koning zeer vijandig gezind: eenigen wilden dat men hem gevangen zou zetten, anderen, dat men hem, indien hij zijn medeplichtigen niet aangaf, ouder gewoonte als publiek vijand zou ter dood brengen; maar Memmius, meer met de waardigheid des volks dan met zijn toorn rekening houdend, stilt de beweging, sust de hartstochten,