Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/59

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

del ook, den Numidiër uit den weg ruimen. Bomilcar haast zich, de bevelen des konings ten uitvoer te brengen; door menschen aan dat beroep gewoon, laat hij de wan delingen en uitgangen van Massiva, alle plaatsen en gelegenheden nagaan; toen het oogenblik gekomen was, plaatste hij zijn mannen in een hinderlaag. Een van de geposteerde moordenaars valt Massiva ietwat onbesuisd aan: hij doodt hem, maar wordt zelf gegrepen en geeft, op het aandringen van velen en vooral van den Consul Albinus inlichtingen over den aanslag. Bomilcar wordt in staat van beschuldiging gesteld, meer uit ijver voor het recht en billijkheid in zichzelf dan volgens het volkenrecht, daar hij toch de metgezel was van een man, die op het openbaar vrijgeleide vertrouwend te Rome was aangekomen. Jugurtha, overtuigd de aan legger van een zoo schandelijk misdrijf te zijn, hield eerst op de waarheid te ontkennen, toen hij begreep dat een zoo afschuwelijk feit zelfs niet door zijn aanzien en om kooperijen verbloemd kon worden. Ofschoon hij bij den aanvang van het proces vijftig van zijn vrienden als gijzelaars had gegeven, zond hij Bomilcar in het geheim naar Numidië terug, meer om zijn eigen gezag dan om zijn gijzelaars bekommerd: hij vreesde namelijk, dat zijn overige onderdanen hem niet meer zouden durven gehoorzamen, indien Bomilcar ter dood werd gebracht. Zelf vertrok hij eenige dagen later naar dezelfde bestemming; de Senaat had hem bevel gegeven, Italië te verlaten. Buiten de muren van Rome gekomen zag hij, naar men verhaalt, dikwijls zwijgend naar de stad om,