Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/60

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

en zeide ten slotte: „De veile stad, die verloren zal zijn zoodra zij een kooper vindt!"



XXXVI.


Toen de oorlog dus wederom was uitgebroken, haastte Albinus zich, leeftocht, soldij en verdere oorlogsbehoeften naar Africa te doen overbrengen, en vertrok aanstonds zelf, teneinde vóór de verkiezingen, die niet ver meer af waren, den krijg door wapengeweld, capitulatie, of hoe dan ook, ten einde te brengen. Jugurtha van zijn kant, poogde den strijd te rekken, vond nu dit, dan dat middel om een uitstel te verkrijgen, beloofde zich over te geven en wendde dan vrees voor, vluchtte nu eens voor den vijand die hem vervolgde, en werd dan kort daarna, teneinde de zijnen niet aan hem zouden wanhopen, op zijn beurt vervolger; zoo nu eens oorlog, nu eens vrede voorwendend, wist hij den strijd te rekken en den consul te misleiden. Er waren er die beweerden, dat Albinus het met den koning eens was, en die geloofden, dat het minder uit indolentie dan door list was, dat de consul, na zich eerst zoo gehaast te hebben, den oorlog slepende hield. De tijd verliep onderwijl; het oogenblik voor de verkiezingen brak aan, en Albinus vertrok naar Rome, na zijn broeder als praetor in het kamp te hebben achtergelaten.